Ga ik op kamers?

De zon schijnt en ik fiets. Echt. Niet zonder reden hoor, want ik ben onderweg naar huis. Ik heb gewerkt. Gezien de gebrekkige infrastructuur bij mij in de buurt, fiets ik vanaf de bushalte terug naar huis. Ik had natuurlijk ook vanaf werk naar huis kunnen fietsen, maar dat deed ik niet. Toen niet. Nooit niet. Terwijl ik met mijn ene hand mijn relatief grote telefoon uit mijn broekzak probeer te vissen, hou ik mijn andere hand aan het stuur en slinger ik wat over het fietspad. Ik zou op de weg moeten letten, maar mijn gedachten besluiten een eigen leven te leiden. Omdat ik geen zin heb om over heftige levensvragen te filosoferen, geef ik mezelf niet de kans om er ook maar één te beantwoorden. Inmiddels heb ik mijn telefoon te pakken. Onhandig toets ik mijn toegangscode in, zoek ik voor die paar minuten dat ik fiets een leuk liedje en besluit ik de Facebook app aan te tikken.